ECLI:NL:RBDHA:2019:6340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek kosten elektrisch bedienbaar bed en fauteuil als hulpmiddelen voor ziekte of handicap
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016, waarin zij aftrek wilde voor de aanschafkosten van een elektrisch bedienbaar bed en een elektrisch bedienbare fauteuil. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat deze hulpmiddelen hoofdzakelijk worden gebruikt door personen met een ziekte of handicap, zoals vereist op grond van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet IB 2001.
De rechtbank overweegt dat de wet sinds 2014 het criterium heeft gewijzigd: niet langer moet het hulpmiddel een normale lichaamsfunctie mogelijk maken, maar moet het hulpmiddel hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. De door eiseres aangevoerde passages uit de Kluwer Belastinggids kunnen geen doorslaggevende betekenis krijgen, mede omdat deze gids geen overheidspublicatie is.
Verder is het bezwaar prematuur ingediend, maar de rechtbank acht het bezwaar toch ontvankelijk omdat de aanslag kennelijk eerder bekend was dan de dagtekening. Eiseres heeft geen aparte gronden tegen de berekening van de belastingrente aangevoerd, en de rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de aftrekposten door de Belastingdienst.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat het bed en de fauteuil hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.