ECLI:NL:RBDHA:2019:6034
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot onmiddellijke terugkeer van internationaal ontvoerde minderjarigen naar Polen
De rechtbank Den Haag behandelde op 11 juni 2019 een verzoek van de vader tot onmiddellijke terugkeer van zijn twee minderjarige kinderen naar Polen, waar zij hun gewone verblijfplaats hadden. De moeder had de kinderen zonder toestemming van de vader naar Nederland gebracht, wat volgens de rechtbank een ongeoorloofde overbrenging is in de zin van het Haagse Verdrag van 1980.
De vader en moeder oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen. De moeder verklaarde ter zitting vrijwillig met de kinderen terug te keren naar Polen op 20 juni 2019. De rechtbank concludeerde dat er geen weigeringsgronden waren die terugkeer konden verhinderen en dat de onmiddellijke terugkeer moest worden gelast.
De rechtbank hechtte de vaststellingsovereenkomst van partijen, waarin volledige overeenstemming over teruggeleiding is vastgelegd, aan de beschikking. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere partij draagt de eigen proceskosten. De moeder is opgedragen de kinderen uiterlijk 21 juni 2019 terug te brengen of af te geven aan de vader met geldige reisdocumenten.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen naar Polen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.