ECLI:NL:RBDHA:2019:5958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verantwoordelijke lidstaat voor asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, diende op 4 februari 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Op basis van Eurodac-gegevens bleek dat eiser eerder asielverzoeken had ingediend in Zwitserland en Duitsland. Nederland diende terugnameverzoeken in bij beide landen. Zwitserland wees het verzoek af, terwijl Duitsland de verantwoordelijkheid op zich nam.
Eiser voerde aan dat Zwitserland als eerste lidstaat van binnenkomst verantwoordelijk zou moeten zijn en dat Nederland het verzoek niet bij meerdere lidstaten tegelijk had mogen indienen. De rechtbank oordeelde dat artikel 23 van Pro de Dublinverordening niet uitsluit dat een lidstaat meerdere verzoeken kan indienen zolang de voorwaarden uit de verordening worden nageleefd.
De rechtbank concludeerde dat Nederland tijdig een verzoek tot terugname bij Duitsland heeft ingediend en dat Duitsland op basis van de aangeleverde gegevens terecht verantwoordelijk is verklaard. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.