ECLI:NL:RBDHA:2019:5877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- D.R. Glass
- B.A. Sturm
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging Geert Wilders en veroordeling voor bezit imitatievuurwapen
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bedreiging van Geert Wilders via een privé Facebook-chat en het bezit van een veerdrukwapen dat een imitatievuurwapen betreft.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte de bedreigende woorden "first I will kill Geert Wilders" in een privégesprek met een persoon in de Verenigde Staten had gestuurd. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte opzet had dat Wilders daadwerkelijk van deze bedreiging op de hoogte zou raken, ook niet in voorwaardelijke zin. De kans dat de bedreiging Wilders zou bereiken was niet aanmerkelijk.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte in de periode juli-augustus 2017 een veerdrukwapen bezat dat sterk leek op een echt vuurwapen. Dit bezit is strafbaar verklaard. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €550, verminderd met de tijd in voorarrest, waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis van 11 dagen volgt.
De rechtbank wees vrijspraak uit voor de bedreiging omdat de bedreiging niet openbaar was en de context van het gesprek het niet serieus kon worden genomen. De straf voor het bezit van het imitatievuurwapen werd als passend gezien, mede vanwege het risico dat zulke wapens kunnen worden gebruikt voor bedreiging.
De rechtbank gaf aan dat deze schuldigverklaring geen reden zou mogen zijn om een Verklaring Omtrent het Gedrag te weigeren, gezien de impact op het privéleven en arbeidsmarktpositie van verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van bedreiging Geert Wilders en veroordeeld tot een geldboete van €550 voor bezit van een imitatievuurwapen.