ECLI:NL:RBDHA:2019:5580
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging opvang in Bed Bad Broodvoorziening
Eiser, een Ghanese man zonder geldige verblijfsvergunning, verbleef sinds mei 2016 in de 17-uurs opvang van de Bed Bad Broodvoorziening (BBB) in Amsterdam. Verweerder beëindigde de opvang per 1 maart 2018 vanwege het beleid dat opvang in de BBB niet meer wordt verleend aan personen uit veilige landen zoals Ghana. Eiser kreeg daarna 24-uurs opvang in de Tijdelijke Opvangvoorziening voor Ongedocumenteerden (TOO).
Eiser stelde beroep in tegen het besluit tot beëindiging van de BBB-opvang en voerde onder meer aan dat hij feitelijk dezelfde opvang blijft ontvangen, dat verweerder onvoldoende onderzoek deed naar terugkeer en medische omstandigheden, en dat zijn hoorplicht werd geschonden. De rechtbank beoordeelde dat het Amsterdamse vreemdelingenbeleid buitenwettelijk begunstigend is, waardoor alleen getoetst kan worden of het beleid juist is toegepast.
De rechtbank stelde vast dat eiser inmiddels 24-uurs opvang in de TOO ontvangt, wat volgens het beleid de maximale opvang is. Hierdoor heeft eiser geen procesbelang meer bij het beroep, omdat hij niet in een betere positie kan komen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de opvang in de BBB wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.