Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker,
de Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
uridisch kader
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, die stelt slachtoffer te zijn van mensenhandel, werd geconfronteerd met een voorgenomen overdracht naar Italië op grond van de Dublinverordening. Hij wilde in Nederland aangifte doen van mensenhandel, wat volgens verweerder niet noodzakelijk was omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure en aangifte.
Verweerder voerde aan dat de nieuwe werkwijze, waarbij aangifte wachtenden op een lijst worden geplaatst en mogelijk worden overgedragen voordat zij aan de beurt zijn, noodzakelijk is om oneigenlijk gebruik van de Dublinregeling te voorkomen. Verzoeker betoogde dat deze werkwijze hem feitelijk de mogelijkheid ontneemt om in Nederland een verblijfsvergunning aan te vragen en de beslissing af te wachten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de werkwijze van verweerder onrechtmatig is omdat deze geen wettelijke grondslag heeft en verzoeker het recht ontzegt om in Nederland aangifte te doen en daarmee een verblijfsvergunning aan te vragen. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, met het verbod om verzoeker uit te zetten voordat hij in Nederland aangifte heeft gedaan. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verweerder mag verzoeker niet uitzetten voordat hij in Nederland aangifte van mensenhandel heeft gedaan.