Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
- De verklaringen van de aangeefsters kunnen, ook tezamen, niet voldoende bewijs opleveren voor het tenlastegelegde.
- Uit de door de verdediging overlegde vertalingen van de opgenomen gesprekken met de aangeefsters blijkt niet dat de verdachte in deze gesprekken heeft bekend jarenlang seksueel misbruik te hebben gepleegd. De overige vertalingen van de gesprekken bevatten diverse verschillen ten opzichte van elkaar en dienen van het bewijs te worden uitgesloten. De betwisting van deze vertalingen kan namelijk door de verdediging niet worden getoetst. Nu ook de vertaling van [Tolk 1] niet op juistheid kan worden gecontroleerd, doordat de verdediging niet in de gelegenheid is gesteld om haar als getuige te horen terwijl de rechter-commissaris haar wel heeft gehoord buiten aanwezigheid van de verdediging, is er sprake van schending van het recht op een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM).
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij kan de onderdelen van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank overweegt dat de behandeling van het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding te ingewikkeld is en aldus een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
De benadeelde partij kan het onderdeel van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
5 (vijf) JAREN;