ECLI:NL:RBDHA:2019:5233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening verantwoordelijkheid Italië
Eiser diende op 16 oktober 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Oostenrijk op 31 mei 2017 al een asielverzoek van eiser had geregistreerd en dat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland verzocht Italië om overname, maar Italië reageerde niet tijdig, waardoor de verantwoordelijkheid bij Italië bleef liggen.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij nooit een asielaanvraag in Italië had gedaan en dat de overdrachtstermijn van 18 maanden was verlopen. Ook stelde hij dat hij als kwetsbare persoon moest worden aangemerkt en dat er aan het Italiaanse systeem gerelateerde tekortkomingen zijn die een risico vormen bij overdracht.
De rechtbank oordeelde dat Italië verantwoordelijk is op grond van artikel 13 van Pro de Dublinverordening wegens illegale grensoverschrijding en niet vanwege een ingediend asielverzoek. De rechtbank verwierp het beroep op het arrest Tarakhel en het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een bijzondere kwetsbaarheid heeft of dat er sprake is van een reëel risico bij overdracht naar Italië.
De rechtbank stelde vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat de situatie in Italië niet vergelijkbaar is met die in Griekenland ten tijde van het arrest M.S.S. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.