ECLI:NL:RBDHA:2019:5034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak schuldwitwassen en medeplegen verduistering ondanks aantreffen goederen
Een 48-jarige vrouw uit Den Haag werd verdacht van medeplegen van verduistering van 1484 goederen bij een landelijke winkelketen in Delft. Daarnaast werd haar partner verdacht van schuldwitwassen. Tijdens de zittingen op 3 december 2018 en 6 mei 2019 werd het bewijs en de tenlastelegging besproken.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor medeplegen van verduistering. Ook voor schuldwitwassen ontbrak de vereiste grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid omtrent de herkomst van de goederen. De verdachte had zijn partner gevraagd naar de herkomst en kreeg een plausibel antwoord, waardoor naïviteit niet volstond voor een veroordeling.
De benadeelde partij, de winkelketen, werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de verdachte werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten die de verdachte tot dan toe had gemaakt voor zijn verdediging, begroot op nihil.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 20 mei 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen verduistering en schuldwitwassen wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan grove onvoorzichtigheid.