Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
5.De straf en/of maatregel
6.De vorderingen van de benadeelde partijen
€ 699,90, bestaande uit een bedrag van € 299,90 aan materiële schade en een bedrag van € 400,00 aan immateriële schade, kort gezegd smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
heeft als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 3]een vordering ingediend voor het bedrag van
€ 551,84, bestaande uit een bedrag van € 201,84 aan materiële schade en een bedrag van € 350,00 aan immateriële schade, kort gezegd smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 201,84moet betalen. Ook de kosten van de spijkerbroek en de schoenen komen, naar het oordeel van de rechtbank, voor vergoeding in aanmerking. Deze zijn door het bloed dat uit de neus van de benadeelde partij stroomde als gevolg van de door de verdachte gegeven vuistslag onherstelbaar beschadigd. De materiële kosten acht de rechtbank alleszins redelijk.
€ 350,00aan immateriële schade moet betalen. De benadeelde partij heeft door toedoen van de verdachte letsel opgelopen en pijn ondervonden. Ook heeft het gebeurde gevolgen gehad voor de psychische gesteldheid van de benadeelde. De rechtbank ziet geen reden om dit bedrag aan smartengeld te verlagen, want het is een redelijk bedrag.
€ 551,84te betalen. Daar komt de wettelijke rente ook nog bij, te rekenen vanaf de dag dat het feit is gepleegd, zijnde 23 juni 2018, tot de dag dat het bedrag is betaald.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
30 dagenvan deze jeugddetentie niet ten uitvoer zullen worden gelegd als de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die
2 jaaris, houdt aan de volgende voorwaarden:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht om erop toe te zien dat de veroordeelde zich zal houden aan de voorwaarden en om hem daarbij te begeleiden;
[slachtoffer 2]niet-ontvankelijk in de vordering;
[slachtoffer 3]toe tot het bedrag van
€ 551,84,
vermeerderd met de wettelijke rentete rekenen vanaf 23 juni 2018 tot de dag waarop de vordering is betaald, en veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
€ 551,84, vermeerderd met de wettelijke rentete rekenen vanaf 23 juni 2018, aan de Staat te betalen voor het slachtoffer
tijdstipgelegen in de periode van 16 februari 2018 tot en met 26 juni 2018 te Zoetermeer [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] bij de keel te pakken en bij de keel op te tillen.