ECLI:NL:RBDHA:2019:4960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor Body Stress Release-diensten afgewezen wegens onvoldoende bewijs gelijkwaardig kwaliteitsniveau
Eiseres, een vennootschap onder firma die Body Stress Release (BSR) beoefent, vordert vrijstelling van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g-1°, onder a, van de Wet Omzetbelasting 1968. De rechtbank beoordeelt of de prestaties van eiseres onder deze vrijstelling vallen.
Eiseres heeft geen bewijs geleverd van een door een Nederlandse instantie erkende opleiding die gelijkwaardig is aan die van fysiotherapeuten of manueel therapeuten. Hoewel de vennoten medische en psychologische basiskennis bezitten en aangesloten zijn bij beroepsorganisaties, voldoet hun opleiding niet aan de vereisten van de Wet BIG. Verweerder heeft de bezwaren ongegrond verklaard en de rechtbank sluit zich hierbij aan.
De rechtbank overweegt dat vrijstellingen uitzonderingen zijn en dat de bewijslast bij eiseres ligt. Het enkele feit dat sommige verzekeraars BSR vergoeden en dat een deel van de klanten door artsen is doorverwezen, is onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op het fiscale neutraliteitsbeginsel faalt omdat het gelijkwaardige kwaliteitsniveau niet is aangetoond.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de vrijstelling af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 2 mei 2019.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de BSR-diensten niet zijn vrijgesteld van omzetbelasting.