Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse onderdaan die als gezinslid van een Turkse werknemer in Nederland verblijft, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken wegens een strafblad met 13 veroordelingen en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden voor het bezit van henneptoppen en een vuurwapen.
Verweerder stelde dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, waardoor intrekking gerechtvaardigd is op grond van de glijdende schaal uit het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Besluit 1/80. Eiser voerde onder meer aan dat toepassing van de aangescherpte glijdende schaal in strijd zou zijn met de standstill-bepaling en dat artikel 28 lid 3 van Pro Richtlijn 2004/38/EG van toepassing zou moeten zijn.
De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de intrekking niet in strijd is met het EVRM, het evenredigheidsbeginsel of het associatierecht. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende onderbouwde gezinsbanden heeft en dat de belangenafweging van verweerder zorgvuldig was. Het opleggen van het inreisverbod voor tien jaar werd eveneens bevestigd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod bleven van kracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning en het tienjarige inreisverbod worden bevestigd.