ECLI:NL:RBDHA:2019:4427
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: opvolgende asielaanvraag buiten behandeling wegens onvoldoende informatie
Eiser, met Iraanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met als reden 'Nieuwe gebeurtenis/informatie', specifiek 'bekering, vooruitgang'. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet voldeed aan de verplichting om aanvullende informatie te verstrekken ter onderbouwing van zijn asielmotief.
Verweerder had eiser meerdere malen verzocht om nadere toelichting, met een waarschuwing dat het uitblijven hiervan zou leiden tot buiten behandeling stelling op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser verwees slechts summier naar geloofsgroei en een nieuwe werkinstructie, zonder concrete onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat deze summiere reactie onvoldoende was om de aanvraag inhoudelijk te behandelen. De verwijzing naar de werkinstructie en de enkele term 'geloofsgroei' volstaan niet als nadere uitleg. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.