ECLI:NL:RBDHA:2019:4102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige maatregel van bewaring en proceskostenveroordeling
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 31 januari 2019 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel. Op 15 februari 2019 werd de maatregel opgeheven en verweerder bood een volledige schadevergoeding aan voor de periode van bewaring.
De rechtbank concludeert dat de maatregel vanaf het begin onrechtmatig was en acht het beroep gegrond. Op grond van artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.200,- voor 15 dagen onrechtmatige bewaring.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van proceskosten van €1.024,-, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting. Dit laatste omdat verweerder pas op de dag van de zitting het volledige schadevergoedingaanbod deed, waardoor het verschijnen van de gemachtigde voor rekening van verweerder komt.
De proceskostenvergoeding wordt betaald aan de rechtsbijstandverlener vanwege verleende toevoeging. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring onrechtmatig bevonden, met toekenning van €1.200,- schadevergoeding en €1.024,- proceskostenveroordeling.