ECLI:NL:RBDHA:2019:4073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid en vervolgingsvrees
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan in Nederland op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de vrees voor vervolging in Iran na een incident met zijn partner. Eerder had hij in Duitsland asiel aangevraagd zonder melding te maken van zijn seksuele geaardheid.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege inconsistenties en ongeloofwaardigheid in het relaas van eiser. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfels had bij de geloofwaardigheid van de homoseksualiteit van eiser en de daaruit voortvloeiende problemen, mede door wisselende verklaringen en het ontbreken van aannemelijk bewijs.
Eiser stelde dat hij na een aanvullend gehoor niet goed was gehoord, maar de rechtbank vond dat er geen nieuwe feiten waren die tot een ander oordeel konden leiden. Ook werd het beperkte begripsniveau van eiser meegenomen, maar dit rechtvaardigde geen andere conclusie.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige verklaring over homoseksuele geaardheid en vervolgingsgevaar.