ECLI:NL:RBDHA:2019:404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs onveiligheid Algerije voor eiser
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, vroeg asiel aan vanwege bedreigingen en mishandelingen door zijn stiefvader en diens broers sinds circa 2000. Hij stelde dat de Algerijnse autoriteiten hem onvoldoende bescherming boden en dat hij risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat Algerije als veilig land van herkomst geldt. De rechtbank bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de situatie in Algerije voor hem persoonlijk onveilig is of dat hij geen bescherming kan inroepen.
Eiser voerde aan dat hij meerdere aangiftes deed, maar geen hulp kreeg en verwees naar een artikel en een ambtsbericht. De rechtbank acht deze niet overtuigend en stelt dat de aanwijzing van Algerije als veilig land van herkomst standhoudt.
Ook het beroep tegen het inreisverbod wordt afgewezen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.