ECLI:NL:RBDHA:2019:3925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar dat door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd. Het besluit dateert van 28 september 2018. Tijdens de zitting op 16 april 2019 waren beide partijen afwezig, waarna de rechtbank onmiddellijk uitspraak deed.
De rechtbank constateert dat eiser alleen de zware gronden betwist waarop het terugkeerbesluit is gebaseerd, maar geen onderbouwing heeft gegeven voor zijn stelling dat hij Nederland op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, ondanks het verlopen visum van 24 juli 2018. Daarnaast is vastgesteld dat eiser zich niet heeft gemeld bij de vreemdelingenpolitie, wat als onttrekking aan toezicht wordt aangemerkt.
De door eiser aangevoerde beroepsgrond dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn handel in auto’s vanuit de Europese Unie wordt door de rechtbank verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Gezien deze feiten verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.