ECLI:NL:RBDHA:2019:3772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling na confrontatie in familieconflict
Op 3 december 2013 vond een confrontatie plaats tussen drie verdachten, waarvan twee werden vrijgesproken en één werd veroordeeld voor subsidiaire mishandeling. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de betrokkenen behoedzaam moesten worden behandeld vanwege het langdurige conflict tussen een verdachte en een familie waartoe de andere verdachten behoren.
De rechtbank baseerde haar oordeel vooral op camerabeelden en getuigenverklaringen, waaruit niet bleek dat twee van de verdachten geweld hadden gepleegd. De verdachte die wel schuld had, werd vrijgesproken vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de maatschappelijke aandacht voor het conflict.
Daarnaast werd een tenlastelegging van belaging in 2014 door een verdachte verworpen omdat het vereiste oogmerk ontbrak; de verdachte volgde de aangever wel, maar met het doel bewijs te verzamelen tegen zwanendrifters. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde mishandeling en openlijk geweld wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling en openlijk geweld wegens onvoldoende bewijs en overschrijding redelijke termijn.