Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
“tot welke conclusie komen we hier eigenlijk?”, onmiddellijk zijn bedenkingen bij die opmerking geuit, maar dit heeft niet geleid tot een nuancering hiervan. De rechter reageert met: “
Het was tussen 20:30 en 21:30 uur. Dat hij er niet bij kon zijn, dat zullen we zien. Er zijn vijf mensen die bij de rechter-commissaris hebben verklaard over wat er gebeurd is. Jouw naam kom[t] herhaaldelijk voor. Wat je gedaan zou hebben en wat je niet gedaan zou hebben. Jouw vader heeft gezegd dat jij tussen 21:15 uur en 21:30 uur thuis kwam. Uit een proces-verbaal van bevindingen is gebleken dat er een groepsapp is met een telefoonnummer dat jij hebt opgegeven bij de politie en dat eindigt op 718. Vreemd dan he? Om 20:43 zegt [lid groepsapp] : “Kom naar de [adres] ”. Dan zeg jij: “Daar is zojuist een battleram ingezet”. Er is ook een verklaring van [getuige] van 28 augustus.”
“Dat hij er niet bij kon zijn, dat zullen we zien”en merkt daarna bij weergave van het Whatsapp-gesprek op
“Dan zeg jij”, daarmee stellende dat verzoeker dit in het bewuste Whatsapp gesprek heeft gezegd, terwijl verzoeker juist uitdrukkelijk ontkent dat gesprek te hebben gevoerd en overigens zonder verzoeker tussentijds in de gelegenheid te stellen daar op te reageren. Hierdoor kan bij verzoeker de vrees zijn ontstaan dat de rechter jegens hem vooringenomen is. Die vrees is naar het oordeel van de wrakingskamer ook objectief gerechtvaardigd. Het wrakingsverzoek is daarom gegrond. Het onderzoek in de strafzaak van verzoeker zal dus door een andere rechter in deze rechtbank moeten worden hervat.