ECLI:NL:RBDHA:2019:3359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-aansluitend verlengen verblijfsvergunning asiel wegens te late aanvraag
Eiser, een Syrische nationaliteit hebbende vreemdeling, had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die geldig was tot 18 december 2017. Hij diende op 3 januari 2018 een aanvraag in voor verlenging, wat na afloop van de geldigheidsduur was, waardoor een onderbreking van het verblijfsrecht ontstond.
Eiser stelde dat hij maanden vooraf probeerde te verlengen, maar werd door een loketmedewerker geïnformeerd dat dit niet mogelijk was. Ook voerde hij aan dat hij werd bijgestaan door een hulpverlenende instantie die tekortschoten in hun ondersteuning. Verweerder stelde dat het tijdig indienen de eigen verantwoordelijkheid van eiser is en dat het niet ontvangen van een rappelbrief geen verschoonbare reden is.
De rechtbank oordeelde dat eiser procesbelang heeft bij behandeling van het beroep, onder meer vanwege toekomstige procedures zoals naturalisatie. De rechtbank stelde vast dat de te late indiening aan eiser kan worden toegerekend en dat de hulpverlening hem niet ontslaat van zijn eigen verantwoordelijkheid. De stelling dat hij niet tijdig geïnformeerd was, faalde omdat geen wettelijke verplichting tot rappelbrief bestaat.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de te late aanvraag voor verlenging aan eiser kan worden toegerekend.