ECLI:NL:RBDHA:2019:3300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit en huwelijk
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser zijn identiteit en de familierechtelijke relatie met de referente niet aannemelijk had gemaakt. Ook was er geen sprake van bewijsnood. De overgelegde kerkelijke huwelijksakte werd door Bureau Documenten als vals beoordeeld, en eiser leverde geen contra-expertise.
Eiser betwistte het onderzoeksrapport en stelde dat een kerkelijk huwelijk in Eritrea ook zonder registratie rechtsgeldig kan zijn. Hij voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, mede omdat geen identificerend interview had plaatsgevonden en verweerder ondanks eerdere schending van de hoorplicht eiser had moeten horen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet over officiële documenten beschikte en dat het deskundigenadvies van Bureau Documenten zorgvuldig en inzichtelijk was. Het ontbreken van een contra-expertise en onvoldoende onderbouwing van de bezwaren van eiser leidde tot het oordeel dat het onderzoeksrapport terecht aan het besluit ten grondslag lag. De overige indicatieve bewijzen, zoals foto’s en sms-berichten, waren onvoldoende om het huwelijk aan te tonen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen bewijsnood aannam en dat de Werkinstructie 2014/9 niet van toepassing was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte identiteit en huwelijk.