ECLI:NL:RBDHA:2019:3275
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening in WOZ-zaak
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde en aanslag onroerende-zaakbelastingen over 2018. Verweerder stelde de waarde bij uitspraak op bezwaar vast op €789.000 en verlaagde de aanslag dienovereenkomstig. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank, maar dit beroep werd na onderzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
De beroepstermijn van zes weken begon te lopen na de uitspraak op bezwaar van 24 juli 2018 en eindigde op 4 september 2018. Eiser diende het beroepschrift pas op 7 september 2018 in, nadat hij het op 5 september bij een postagentschap had aangeboden. De rechtbank oordeelde dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat eiser pas vijf weken na de uitspraak contact zocht met verweerder en geen gegronde reden had om te wachten.
De e-mail die eiser tijdens de beroepstermijn naar verweerder stuurde, kon niet worden aangemerkt als een beroepschrift. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd niet inhoudelijk op de beroepsgronden ingegaan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Kouwenhoven op 2 april 2019.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.