ECLI:NL:RBDHA:2019:3157
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op discretionaire bevoegdheid Dublinverordening bij herhaalde asielaanvraag in België
Eiseres, een Oegandese vrouw, diende op 10 december 2018 in Nederland een asielaanvraag in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België verantwoordelijk is op grond van een eerdere asielaanvraag van eiseres in België in 2011.
Eiseres voerde aan dat verweerder op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn discretionaire bevoegdheid had moeten gebruiken om de aanvraag alsnog aan zich te trekken. Zij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens België niet van toepassing is vanwege de beperkte opvangmogelijkheden bij herhaalde aanvragen en dat terugkeer naar België een onredelijke hardheid zou zijn vanwege haar sociale netwerk en partner in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat België via het claimakkoord heeft gegarandeerd de aanvraag in behandeling te nemen en dat eiseres geen concrete aanwijzingen heeft geleverd dat België zijn opvangverplichtingen schendt. Ook achtte de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van eiseres onvoldoende om de overdracht aan België als onevenredig hard te beschouwen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de vordering af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvangstneming van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.