ECLI:NL:RBDHA:2019:3157

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 maart 2019
Publicatiedatum
1 april 2019
Zaaknummer
NL19.3095
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningVerordening (EU) nr. 604/2013Ri 2013/33/EU (Opvangrichtlijn)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op discretionaire bevoegdheid Dublinverordening bij herhaalde asielaanvraag in België

Eiseres, een Oegandese vrouw, diende op 10 december 2018 in Nederland een asielaanvraag in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België verantwoordelijk is op grond van een eerdere asielaanvraag van eiseres in België in 2011.

Eiseres voerde aan dat verweerder op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn discretionaire bevoegdheid had moeten gebruiken om de aanvraag alsnog aan zich te trekken. Zij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens België niet van toepassing is vanwege de beperkte opvangmogelijkheden bij herhaalde aanvragen en dat terugkeer naar België een onredelijke hardheid zou zijn vanwege haar sociale netwerk en partner in Nederland.

De rechtbank oordeelde dat België via het claimakkoord heeft gegarandeerd de aanvraag in behandeling te nemen en dat eiseres geen concrete aanwijzingen heeft geleverd dat België zijn opvangverplichtingen schendt. Ook achtte de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van eiseres onvoldoende om de overdracht aan België als onevenredig hard te beschouwen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de vordering af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvangstneming van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.3095
v-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.C. Heijnneman),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.3096, plaatsgevonden op 21 maart 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Totosashvili. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Oegandese nationaliteit te hebben. Zij heeft op 10 december 2018 in Nederland een asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat België verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres omdat zij op 16 maart 2011 daar een asielaanvraag heeft gedaan. Desgevraagd heeft België op 21 december 2018 ingestemd met de terugname van eiseres.
3. Eiseres stelt dat verweerder op basis van artikel 17 van Pro de Dublinverordening [1] gebruik had moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid om haar asielaanvraag alsnog aan zich had te trekken. Eiseres stelt dat ten aanzien van België niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiseres vreest dat zij in België niet in aanmerking zal komen voor opvang, nu haar asielaanvraag daar is afgewezen. Uit het AIDA rapport België [2] blijkt immers dat opvang bij herhaalde asielaanvragen pas wordt geboden indien is vastgesteld dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.
Ten tweede stelt eiseres dat verweerder de aanvraag aan zich had moeten trekken omdat een terugkeer naar België van een onredelijke hardheid getuigt. Eiseres heeft immers in Nederland een langdurige relatie met haar partner, ook beschikt zij in Nederland over een netwerk bij haar kerk en belangenorganisatie.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat België verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. In geschil is of verweerder op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvraag van eiseres alsnog onverplicht aan zich had moeten trekken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiervoor geen aanleiding heeft hoeven zien.
Middels het claimakkoord hebben de Belgische autoriteiten gegarandeerd het asielverzoek van eiseres in behandeling te nemen. Eiseres heeft geen concrete aanwijzingen naar voren gebracht waaruit de conclusie kan worden getrokken dat België in strijd zou handelen met de richtlijn die haar adequate opvang garandeert. [3] Indien België zich onverhoopt niet zou houden aan zijn verplichtingen, dient eiseres zich hierover te beklagen bij de (hogere) Belgische autoriteiten.
5. Met betrekking tot de gestelde partner van eiseres en het opgebouwde sociale netwerk van eiseres gedurende haar illegaal verblijf in Nederland, heeft verweerder in redelijkheid kunnen stellen dat deze omstandigheden geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die maken dat de overdracht aan België van een onevenredige hardheid getuigt.
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013
2.Asylum Information Database, Country Report: Belgium, maart 2018
3.Ri 2013/33/EU (de Opvangrichtlijn)