ECLI:NL:RBDHA:2019:3127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees vervolging in Jamaica
Eiser, van Jamaicaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vrees voor vervolging in Jamaica vanwege gemanipuleerde beelden die hem als homoseksueel afschilderen. Hij stelde dat hij daardoor gevaar loopt en dat Jamaica geen veilig land voor hem is.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Jamaica voor hem niet als veilig land kan worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft overwogen dat de vrees voor vervolging niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat eiser geen duidelijkheid kon geven over de inhoud en verspreiding van de beelden en tegenstrijdige verklaringen gaf over eerdere bedreigingen.
Daarnaast werd gewezen op het feit dat Jamaica als veilig land van herkomst is aangemerkt, met uitzondering van LHBT’s, maar eiser is geen homoseksueel en hoeft daarom niet als zodanig te worden beoordeeld. Ook de late aanvraag van asiel en het ontbreken van bewijs voor familiebanden met dochters in Duitsland speelden een rol.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de vrees voor vervolging in Jamaica.