ECLI:NL:RBDHA:2019:3047
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag Oeigoer wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, een Oeigoer met de nationaliteit van Oezbekistan, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die eerder zijn afgewezen. In deze derde aanvraag stelt hij nieuwe feiten, waaronder registratie als misdadiger in een database van het Gemenebest voor Onafhankelijke Staten (GOS) en mogelijke uitlevering aan Oezbekistan via Kazachstan.
De Staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen relevante nieuwe elementen waren. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de nieuwe stukken relevant en tijdig zijn ingediend. De vermeende registratie in de GOS-database en de stelling over uitlevering zijn niet overtuigend onderbouwd.
Daarnaast is de Bahaddar-exceptie, die bijzondere omstandigheden kan rechtvaardigen om toch een inhoudelijke toets te doen, niet van toepassing omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro loopt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van relevante nieuwe elementen.