ECLI:NL:RBDHA:2019:3042
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verweerder baseerde dit op een terugnameverzoek van Frankrijk na overleg met Duitsland.
Eiser stelde dat zijn zienswijze niet is onderkend omdat deze retour was gezonden door PostNL. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit niet aan hem lag, waardoor het besluit onzorgvuldig is voorbereid in strijd met artikel 3:2 Awb Pro. Echter, omdat eiser zijn argumenten al tijdens de zitting heeft kunnen inbrengen en niet benadeeld is, passeert de rechtbank dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Frankrijk, wijzend op het ontbreken van bewijs van verblijf en Eurodac-registratie in Frankrijk. De rechtbank vond dat het claimakkoord met Frankrijk aannemelijk maakt dat Frankrijk verantwoordelijk is.
Eiser voerde aan dat in Frankrijk een tekort aan opvangplaatsen is, waardoor overdracht onwenselijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen systematische tekortkomingen zijn in Frankrijk.
Het beroep is ongegrond verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten van €1.024,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.