ECLI:NL:RBDHA:2019:2915
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen toegangsweigering Schengenvisum wegens onvoldoende verblijfsaantoon
Verzoekers kregen op 11 februari 2019 een Schengenvisum type C voor dertig dagen, maar hun toegang tot Nederland werd op 9 maart 2019 geweigerd en een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Verzoekers stelden beroep in en vroegen om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht de toegang had geweigerd omdat verzoekers onvoldoende documentatie over het doel en de omstandigheden van hun verblijf konden overleggen, zoals hotelreserveringen of adressen van vrienden in Duitsland en Frankrijk. De verklaring van een Nederlandse kennis die hen zou ophalen werd door de Koninklijke Marechaussee gecontroleerd, maar deze persoon verklaarde verzoekers niet te kennen en niet te weten wat hun plannen waren.
Verzoekers voerden aan dat zij slechts voor twee dagen een hotel hadden geboekt en dat zij nog wilden bepalen hoe lang zij in Giethoorn zouden blijven, maar dit was onvoldoende. Ook het ontbreken van adresgegevens van vrienden in Duitsland en Frankrijk en het meenemen van certificaten en ontslagbrieven maakte het verblijf onduidelijk.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep geen redelijke kans van slagen had en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het verzoek om naar Egypte te reizen werd aan verweerder overgelaten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de toegangsweigering en uitzetting wordt afgewezen.