ECLI:NL:RBDHA:2019:2890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verbleef rechtmatig in Nederland tot 2016 waarna zijn verblijfsvergunning werd ingetrokken en een inreisverbod werd opgelegd. Sinds 2017 is meerdere malen een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd, gebaseerd op het ontbreken van zicht op uitzetting. Verweerder heeft vanaf juli 2017 herhaaldelijk bij de Marokkaanse autoriteiten een laissez-passer aangevraagd, maar tot op heden geen antwoord ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat ondanks intensief overleg en rappelleren geen concreet aanknopingspunt bestaat dat de Marokkaanse autoriteiten binnen een redelijke termijn zullen overgaan tot afgifte van een laissez-passer. Eiser heeft een paspoort maar weigert dit te overleggen, wat de uitzetting vertraagt. De maatregel van bewaring is daarom vanaf het begin onrechtmatig.
De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding toe van €960,- voor 12 dagen onrechtmatige detentie. Tevens worden de proceskosten van €1.024,- aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Kos op 19 maart 2019 in Haarlem.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting en er wordt een schadevergoeding toegekend.