ECLI:NL:RBDHA:2019:2782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familie- of gezinslid wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eisers, Servische nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan als familie- of gezinslid van een referent met de Nederlandse nationaliteit. De aanvraag werd afgewezen omdat de referent niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt, een vereiste voor het verlenen van de vergunning.
Eisers voerden aan dat de referent geen onredelijke last vormt voor de publieke middelen en beroepen zich op arresten van het HvJ (Chakroun en Chavez-Vilchez) en op het feit dat een zusje met Nederlandse nationaliteit is geboren. De rechtbank oordeelt dat het middelenvereiste terecht wordt toegepast en dat de belangenafweging een fair balance bevat tussen het belang van eisers en het Nederlandse toelatingsbeleid.
De rechtbank stelt vast dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat het Nederlandse zusje bij vertrek uit de EU zou moeten vertrekken en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijken van het middelenvereiste rechtvaardigen. De belangenafweging houdt rekening met alle relevante feiten, waaronder de korte verblijfsduur in Nederland en de mogelijkheid om het gezinsleven in Servië voort te zetten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 14 februari 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste.