ECLI:NL:RBDHA:2019:2700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen vastgestelde leerlinggewichten gegrond, besluiten gewijzigd maar rechtsgevolgen blijven in stand
Verweerder stelde op basis van de gewichtenregeling extra middelen beschikbaar aan basisscholen, waarbij het opleidingsniveau van ouders bepalend is voor het leerlinggewicht. Bij controle bleek dat ouderverklaringen onvolledig of onduidelijk waren, wat leidde tot wijzigingen in de vastgestelde leerlinggewichten. Eiseres maakte bezwaar tegen deze wijzigingen en stelde dat zij niet verplicht was aanvullende landeninformatie te betrekken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres wel gehouden is alle verstrekte informatie, inclusief landeninformatie, integraal te betrekken bij de vaststelling van leerlinggewichten. Tevens concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van strengere eisen met terugwerkende kracht en dat verweerder voldoende informatie had verstrekt over wijzigingen in de gewichtenregeling.
Hoewel de beroepen gegrond werden verklaard en de besluiten werden vernietigd, besloot de rechtbank op grond van artikel 8:72 Awb Pro de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde leerlinggewichten zijn gegrond verklaard, besluiten vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand.