ECLI:NL:RBDHA:2019:2617
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet-ontvankelijkheid op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot Griekenland
Eiseres, een Syrische nationaliteit houdende vrouw, diende op 3 januari 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde haar aanvraag op 5 april 2018 niet-ontvankelijk omdat zij reeds internationale bescherming genoot in Griekenland, waar haar verblijfsvergunning geldig was tot 30 augustus 2020. De staatssecretaris baseerde zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het ontbreken van aanwijzingen dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt.
Eiseres voerde aan dat het vertrouwensbeginsel niet langer toepasbaar is vanwege de moeilijke omstandigheden voor statushouders in Griekenland en verwees naar een rapport van de Raad van Europa van november 2018. Zij stelde bovendien dat zij als kwetsbaar persoon moet worden aangemerkt en dat terugkeer naar Griekenland een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt. De rechtbank oordeelde dat het rapport geen nieuwe inzichten bood die afweken van eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in Griekenland niet adequaat beschermd zou worden.
De rechtbank wees ook het verzoek om aanhouding van het beroep af, omdat de beantwoording van prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie niet van doorslaggevende betekenis was voor de beoordeling van het bestreden besluit. Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.