ECLI:NL:RBDHA:2019:2615
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige betrokkenheid bij Gülen-beweging
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 31 oktober 2018 waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen en een inreisverbod werd gehandhaafd. Hij stelde dat hij sinds 2008 betrokken was bij de Gülen-beweging en daardoor door Turkse autoriteiten werd gezocht. Tevens vreesde hij bloedwraak en conflicten met de familie van een oud-minister.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn stellingen over bloedwraak en familieconflicten ter zitting niet langer betwistte. De rechtbank oordeelde dat de verklaring over zijn betrokkenheid bij de Gülen-beweging ongeloofwaardig was, omdat eiser tijdens het nader gehoor onvoldoende kennis kon tonen over het gedachtegoed, ondanks zijn beweringen over langdurige betrokkenheid en activiteiten.
Verder vond de rechtbank dat de bewering dat zijn naam aan Turkije was doorgegeven niet geloofwaardig was, mede omdat dit slechts op verklaringen van zijn broer berustte en er geen documenten waren die dit ondersteunden. Ook het late tijdstip van de asielaanvraag na de couppoging deed afbreuk aan zijn geloofwaardigheid.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit terecht is genomen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het handhaven van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.