ECLI:NL:RBDHA:2019:2611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag en verzuimboete inkomstenbelasting 2015 na niet-tijdige aangifte
Eiser werd uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2015 in te dienen, maar deed dit pas tijdens de bezwaarfase. Verweerder legde daarop een ambtshalve aanslag op, gebaseerd op een redelijke schatting van het belastbaar inkomen, en een verzuimboete wegens het niet tijdig indienen van de aangifte.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet is geslaagd in de bewijslast om aan te tonen dat de aanslag onjuist is. De schatting van het inkomen is gebaseerd op toetsingsinkomens uit voorgaande jaren en er is geen bewijs dat de situatie van eiser in 2015 was gewijzigd. Ook is geen sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel of andere bestuursrechtelijke beginselen.
De opgelegde verzuimboete wordt als terecht en passend beoordeeld, aangezien eiser geen omstandigheden heeft gesteld die matiging rechtvaardigen. De in rekening gebrachte belastingrente is eveneens niet betwist. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag en verzuimboete inkomstenbelasting 2015 wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.