ECLI:NL:RBDHA:2019:2485
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Verzoeker, met de Somalische nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Finland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft de zaak op 5 maart 2019 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder.
De rechtbank heeft bij mondelinge uitspraak in een aanverwante bodemzaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor er geen aanleiding meer was om een voorlopige voorziening te treffen. Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, en is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op 12 maart 2019. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak reeds ongegrond is verklaard.