ECLI:NL:RBDHA:2019:2468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens ernstige misdrijven en gevaar voor openbare orde
Eiser, van Turkse nationaliteit, verblijft sinds zijn vierde in Nederland en heeft een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Deze vergunning is ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege zijn onherroepelijke veroordeling tot een gevangenisstraf van 12 jaar en 8 maanden, onder meer wegens doodslag op zijn echtgenote.
Eiser betoogt dat hij geen actuele bedreiging vormt, dat hij een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt en dat de inmenging in zijn privéleven niet gerechtvaardigd is gezien zijn langdurige verblijf en banden in Nederland. Verweerder stelt dat eiser onvoldoende heeft bijgedragen aan de maatschappij, niet heeft meegewerkt aan onderzoek en dat er een reëel recidivegevaar bestaat.
De rechtbank overweegt dat verweerder bevoegd was tot intrekking en oplegging van het inreisverbod. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. De belangenafweging inzake artikel 8 EVRM Pro is zorgvuldig en de inmenging in het privéleven is gerechtvaardigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.