ECLI:NL:RBDHA:2019:2452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens vertrek eiser
Eiser had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting, die gelijktijdig met een andere zaak werd behandeld, verscheen eiser niet, ondanks kennisgeving aan de rechtbank. Verweerder werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
De rechtbank stelde vast dat eiser zelfstandig zijn woonruimte op het asielzoekerscentrum had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer had bij de beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.