ECLI:NL:RBDHA:2019:2450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening met Italië
Eiser diende op 3 december 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat eiser op 25 augustus 2015 al in Italië internationale bescherming had gevraagd en deed op 13 december 2018 een verzoek tot terugname bij Italië, dat dit op 21 januari 2019 aanvaardde. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag van eiser niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening.
Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer op Italië toegepast kan worden vanwege recente berichten en rapporten over verslechterde opvangomstandigheden, waaronder sluiting van een groot opvangcentrum in Rome. Hij stelde dat deze omstandigheden nader onderzocht moesten worden.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat Nederland ervan uit mag gaan dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij eiser aannemelijk maakt dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Uit recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat dit beginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt, ondanks het Salvini-decreet en andere veranderingen.
De rechtbank vond dat de door eiser aangevoerde rapporten geen wezenlijk ander beeld geven dan reeds door de Afdeling is betrokken en zag geen reden om anders te oordelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.