ECLI:NL:RBDHA:2019:2367
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning vanwege Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit hebbende persoon, diende op 11 november 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden aangenomen vanwege tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvang.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat ondanks wijzigingen in de Italiaanse opvang, er geen sprake is van systematische tekortkomingen die een schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit in zijn individuele geval anders is.
De rechtbank oordeelt dat de overgelegde stukken geen wezenlijk ander beeld geven dan reeds beoordeeld door de Afdeling. De sluiting van een opvangcentrum in Italië en de situatie van voormalige bewoners bieden onvoldoende grond om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te verwerpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.