ECLI:NL:RBDHA:2019:2361
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, een burger van Azerbeidzjan, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Letland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat Letland zijn internationale verplichtingen niet naleeft, met name op het gebied van rechtsbijstand en medische zorg, en dat zij vreest voor haar leven bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Letland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De aangevoerde brief van Vluchtelingenwerk uit 2013 was niet actueel en onderbouwde de situatie in 2019 niet. Ook de medische situatie van eiseres bood geen concrete aanwijzingen dat zij in Letland geen adequate zorg zou ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht was en verklaarde het beroep kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag is kennelijk ongegrond verklaard.