ECLI:NL:RBDHA:2019:2355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens manipulatie vingerafdrukken en ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Soedanese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing was gebaseerd op het vermoeden dat eiser zijn vingerafdrukken had gemanipuleerd om zijn identiteit te verhullen en daarmee de asielprocedure te frustreren.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas van eiser, waarin hij verklaarde te zijn opgepakt tijdens een demonstratie en te zijn ontsnapt aan detentie. De rechtbank vond het verhaal ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van bewijs voor het sturen van gedetineerden naar de frontlinie in Darfur. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de verklaring omtrent het ontbreken van vingerafdrukken onvoldoende betrouwbaar was om het vermoeden van manipulatie te weerleggen.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond had afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens manipulatie van vingerafdrukken en ongeloofwaardig asielrelaas.