ECLI:NL:RBDHA:2019:2349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 6 november 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 7 november 2016 al een asielverzoek in Italië had ingediend. Op grond van de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd Italië verantwoordelijk geacht voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat Nederland ervan uit mag gaan dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij eiser aannemelijk maakt dat hij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat dit beginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt, ondanks het Salvini-decreet en andere veranderingen in het Italiaanse opvangsysteem.
Eiser stelde dat zijn asielaanvraag in Italië nog niet was beslist en dat hij uit de opvang was geplaatst, maar dit leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank stelde dat de Italiaanse autoriteiten met de acceptatie van het terugnameverzoek hebben gegarandeerd dat het verzoek in behandeling wordt genomen. Eiser kon zich bij eventuele tekortkomingen wenden tot de Italiaanse autoriteiten of het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
Eiser bracht geen bijzondere individuele omstandigheden aan die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.