ECLI:NL:RBDHA:2019:2212
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering asielverblijfsvergunning wegens Dublin-overdracht naar Duitsland
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening. Duitsland is verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag omdat eiser eerder in Duitsland internationale bescherming heeft aangevraagd en Duitsland heeft ingestemd met terugname.
Eiser voerde aan dat er medische klachten zijn en dat hij problemen zou ondervinden bij terugkeer naar Duitsland, waaronder een gegronde vrees voor refoulement. Deze stellingen zijn echter niet onderbouwd met bewijs. De rechtbank overweegt dat Duitsland gehouden is de Europese asielrichtlijnen na te leven, waaronder bescherming tegen terugkeer naar gevaarlijke situaties en het bieden van rechtsmiddelen.
De rechtbank concludeert dat er geen reden is om aan te nemen dat de overdracht naar Duitsland onrechtmatig is of dat de asielaanvraag inhoudelijk behandeld moet worden in Nederland. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.