ECLI:NL:RBDHA:2019:2026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanspraak op militair garantiepensioen vervalt door waardeoverdracht ouderdomspensioen
Eiser, na ruim 21 jaar militaire dienst, kreeg bij ontslag een garantiepensioen toegekend op basis van het Besluit AO/IV. Na meerdere waardeoverdrachten van zijn pensioenrechten tussen ABP en PFZW, stelde verweerder dat zijn aanspraak op het garantiepensioen van rechtswege is vervallen.
Eiser voerde aan dat zijn aanspraken niet vervallen zijn, dat ABP tekort is geschoten in de voorlichting bij de waardeoverdracht, en dat verweerder in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld door een levenslange garantie toe te zeggen. De rechtbank oordeelde dat het garantiepensioen afhankelijk is van het ouderdomspensioen en dat de waardeoverdracht van het ouderdomspensioen aan PFZW het garantiepensioen doet vervallen.
De rechtbank stelde vast dat het garantiepensioen geen pensioen in de zin van de Pensioenwet is en dat terugoverdracht van de contante waarde aan ABP het recht op het garantiepensioen niet herleeft. Ook concludeerde de rechtbank dat eventuele tekortkomingen van ABP in de voorlichting niet aan verweerder kunnen worden toegerekend. Er was geen ondubbelzinnige toezegging van levenslang garantiepensioen door het bevoegd gezag. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het recht op het militair garantiepensioen vervalt door waardeoverdracht aan PFZW.