De rechtbank Den Haag heeft op 20 februari 2019 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het vernielen van meerdere kaartlezers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het veroorzaken van gevaar op een tramspoor door een metalen paal over de rails te leggen.
Uit het onderzoek en de camerabeelden bleek dat verdachte op 26 oktober 2018 meerdere kaartlezers met een steen heeft vernield en een metalen paal dwars over de trambaan heeft geplaatst. De rechtbank oordeelde dat hierdoor een reëel gevaar voor een ongeluk bestond, ook al werd het gevaar uiteindelijk op tijd opgemerkt en afgewend.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts de aandacht van de politie wilde trekken en dat er geen gevaar was omdat er volgens de dienstregeling geen tram reed in de eerste uren na het plaatsen van de paal. De rechtbank verwierp dit verweer en stelde vast dat het misdrijf was voltooid op het moment van het plaatsen van de paal.
Gezien de ernst van de feiten, de eerdere veroordelingen van verdachte en het feit dat hij de proeftijd schond, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 6 maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Tevens werd de tenuitvoerlegging bevolen van een eerdere voorwaardelijke straf van 4 dagen.