ECLI:NL:RBDHA:2019:1823
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Salvini-decreet
Eiser, een Ghanees, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 7 februari 2019, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank overwoog dat Italië in beginsel verantwoordelijk is en dat het terugnameverzoek door Italië op 11 november 2018 is geaccordeerd.
Eiser stelde dat Italië systematische tekortkomingen kent in de opvang van asielzoekers, waardoor de Nederlandse overheid de asielaanvraag had moeten overnemen. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 december 2018, waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië werd bevestigd ondanks het Salvini-decreet.
Diverse door eiser aangevoerde rapporten en nieuwsberichten boden volgens de rechtbank geen nieuw of wezenlijk ander inzicht. De rechtbank concludeerde dat de Staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.