Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
[naam 3]en
[naam 4]
Rechtbank Den Haag
Eisers, burgers van Azerbeidzjan, dienden asielaanvragen in Nederland in, maar deze werden niet in behandeling genomen omdat Slowakije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat Nederland hun aanvragen had moeten overnemen vanwege medische zorgbehoefte en het risico op schending van artikel 4 van Pro het Handvest in Slowakije.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat eisers onvoldoende concrete feiten hebben aangevoerd om het gebruik van de discretionaire bevoegdheid tot overname te rechtvaardigen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de overdracht een onevenredige hardheid oplevert.
De rechtbank concludeert dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat Slowakije zijn verplichtingen niet nakomt en dat de medische zorg daar ontoereikend is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.