ECLI:NL:RBDHA:2019:1813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijke gezinsband op grond van DNA-onderzoek
Eiser, met de Ivoriaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, waarbij hij stelde dat de referent en mevrouw [naam 2] zijn biologische ouders zijn. Verweerder wees de aanvraag af wegens bewijsnood en liet DNA-onderzoek verrichten, dat uitwees dat de gestelde biologische ouders niet konden zijn zoals opgegeven.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was ondanks dat de beroepsgronden een dag na de herstelverzuimtermijn per post waren ontvangen. De rechtbank gaf aan dat het DNA-onderzoek een betrouwbare contra-indicatie vormt die niet terzijde kan worden geschoven door het Ivoriaanse geboorteregister.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht geen nader onderzoek naar de echtheid van het geboorteregister hoefde te verrichten en dat de belangen van het kind voldoende waren meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de gezinsband niet aannemelijk was gemaakt en de aanvraag terecht was afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van gezinsband.