ECLI:NL:RBDHA:2019:1807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingesteld tegen verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende op 25 november 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na een eerste gehoor ontstond het vermoeden dat Roemenië verantwoordelijk was voor de behandeling, maar na weigering van Roemenië werd eiser opgenomen in de nationale asielprocedure op 3 januari 2018. De beslistermijn werd op 20 februari 2018 rechtsgeldig verlengd met negen maanden vanwege complexe feitelijke en juridische kwesties, met name de ontwikkelingen omtrent de rechtsstaat in Turkije.
Eiser stelde verweerder op 16 juli 2018 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen, maar verweerder verklaarde deze ingebrekestelling ongeldig omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Op 7 september 2018 stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen, stellende dat de verlenging onvoldoende individueel was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was gemotiveerd en dat eiser niet om nadere informatie had verzocht. De eerdere uitspraken waarop eiser zich beroept waren nog niet onherroepelijk en niet vergelijkbaar omdat de betrokken vreemdelingen daar wel om een nadere toelichting hadden gevraagd. Daarom werd het beroep als prematuur en niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn rechtsgeldig is verlengd en nog niet was verstreken.