ECLI:NL:RBDHA:2019:1559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verordening afgewezen
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat volgens Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublin III) Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft Slovenië om terugname van de asielaanvraag verzocht en dit verzoek is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat hij in Slovenië niet goed werd behandeld en dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Hij verwijst naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar de rechtbank stelt vast dat deze situatie wezenlijk verschilt, onder meer door medische problematiek die in deze zaak niet speelt.
De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat Slovenië niet adequaat zal handelen. Eiser is hierin niet geslaagd. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet inhoudelijk behandeld door Nederland. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.