Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. R.M. van der Zwan.
Rechtbank Den Haag
Eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst van drie garageboxen, ontruiming, betaling van achterstallige huur, buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en overige kosten. Gedaagde stelt dat hij vóór de eerst dienende dag de volledige verschuldigde bedragen inclusief huur, rente, incassokosten en explootkosten heeft betaald en dat de extra gevorderde kosten onterecht zijn.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde tijdig een totaalbedrag van € 2.845,36 heeft betaald, wat meer is dan het wettelijk toegestane bedrag van € 2.609,79. De extra kosten die eiser via haar gemachtigde in rekening bracht zijn niet rechtsgeldig jegens gedaagde omdat deze buiten de contractuele relatie vallen en niet wettelijk zijn toegestaan.
Gezien de betaling en het ontbreken van een huurachterstand wijst de rechtbank de vorderingen van eiser af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, vastgesteld op € 360,00. De procedure toont het belang van correcte communicatie over kosten en het strikt toepassen van wettelijke regels omtrent incassokosten.
Uitkomst: Vordering tot ontbinding en betaling afgewezen; eiser veroordeeld in proceskosten.